Waarde kleine blusmiddelen

Vacature: Webdeveloper
29 november 2016
JA tegen nieuwe Arbowet
20 december 2016

Waarde kleine blusmiddelen

sproeischuimblusser_6L_verkleindElk jaar heeft 1,5 tot twee procent van de ondernemers met een brand in het bedrijf te maken. Ruim 85 procent van deze ondernemers kon deze brand zelf blussen of onder controle krijgen met een draagbare blusser of brandslanghaspel.

Brancheorganisatie VEBON-NOVB doet sinds 2008 jaarlijks onderzoek naar het nut en de noodzaak van preventief onderhoud en de effectiviteit van kleine blusmiddelen bij een beginnende brand. In de eerste jaren was het een onderzoek alleen gericht op onderhoud en inzet van draagbare blussers. In volgende edities werd het onderzoek uitgebreid met brandslanghaspels, met vragen over droge blusleidingen en blusdekens en werd gevraagd naar de eventuele inzet van de brandweer. De eisen die worden gesteld aan het onderhoud van kleine blusmiddelen staan in het Bouwbesluit 2012. Hierin wordt het onderhoud van brandslanghaspels gekoppeld aan de zorgplicht. Voor het onderhoud van draagbare blussers is NEN 2559 voorgeschreven.

Zorgplicht

De gebruiker van een pand is verantwoordelijk voor het invullen van die zorgplicht. In geval van onderhoud is het zo, dat als het blusmiddel volgens de betreffende norm wordt onderhouden aan dat deel van de zorgplicht is voldaan. Wat betreft de onderhoudstermijn kan het beste worden aangesloten op de termijn van eenmaal per jaar, zoals die ook in de onderhoudsnormen staat vermeld. Voor de invulling van de zorgplicht stelt de overheid, dat zorgplicht ook betekent dat de onderhoudsinstructies van de fabrikant moeten worden gevolgd. In de praktijk blijkt dat de meeste onderhoudsinstructies gebruikmaken van de betreffende onderhoudsnormen en daarmee ook een onderhoudstermijn van eenmaal per jaar voorschrijven.

Eigen verantwoordelijkheid

Het overheidsbeleid van de laatste jaren is erop gericht om steeds minder wettelijke eisen te stellen aan brandveiligheidsmaatregelen. De focus ligt op lastenverlichting en deregulering. De ondernemer/gebouwgebruiker wordt zelf verantwoordelijk voor de brandveiligheid in zijn gebouwen en deze ‘eigen verantwoordelijkheid’ wordt door overheid en brandweer benadrukt. Als het gaat om repressie (blussen van branden) geeft de brandweer aan, dat van haar steeds minder te verwachten valt. Vaak kan zij in de praktijk niet meer op tijd bij de brand zijn om nog effectief te kunnen optreden. Bovendien focust de brandweer vervolgens vooral op het redden van mensen en op het voorkomen van gevaar voor de omgeving en uitbreiding van de brand naar belendende panden.

Schadebeperking en bedrijfscontinuïteit worden dus meer en meer een zaak van de ondernemer zelf. Temeer daar verzekeraars sinds 2014 hun ‘brandregresregeling’ hebben aangepast. Brandverzekeraars kunnen sindsdien gebruikmaken van het recht om de uitgekeerde schadevergoeding te verhalen op de daadwerkelijke schadeveroorzaker. Bedrijven kunnen nu zelf worden aangesproken als de brandpreventie is genegeerd of als er onzorgvuldig is gehandeld. Het is dus voor de ondernemer nog belangrijker, dat de eisen op het gebied van brandveiligheid, waaronder het onderhoud van kleine blusmiddelen, goed worden nageleefd.

Resultaten onderzoek

Het onderzoek over 2015 kent een aantal belangwekkende resultaten. Ruim vijftien procent van de draagbare blussers en brandslanghaspels vertoonde bij de inspectie een gebrek, waarop een extra reparatie (correctief onderhoud) uitgevoerd diende te worden om het blusmiddel weer gebruiksklaar te maken (in 2014 was dat bijna twintig procent). In circa vijf procent van de gevallen bleek dat een brandslanghaspel niet of moeilijk kon worden teruggevonden door iemand die in een stresssituatie een brand zou willen blussen, of dat de legionellaverzegeling was verbroken/verwijderd. Het percentage droge blusleidingen waarvan de voedingsaansluiting/brandslangaansluiting diende te worden gerepareerd bedroeg 3,8 procent. Verder diende aan 13,6 procent van de droge leidingen een overige reparatie plaats te vinden.

blusdeken_180_2De blusdeken, vooral de kwaliteit ervan, staat al enige tijd ter discussie. Toch is hij meegenomen in het onderzoek. Het percentage blusdekens dat werd vervangen bedroeg 4,5 procent (in 2014: 4,6 procent).
Het aantal ondernemers bij wie een aanvullend advies over brandveiligheid werd geleverd steeg naar 37 procent (2014: 27 procent).

Bij het blussen van een brand wordt vaker gebruik gemaakt van een brandblusser (78,7 procent) dan van een brandslanghaspel (7,4 procent) en 24,5 procent van de branden bleek te groot om deze zelf te blussen met een draagbare blusser of brandslanghaspel (in 2014: 23,9 procent). Het percentage blusmiddelen dat niet functioneert of gebruikslaar is op het moment dat het nodig is, bedraagt al vijf jaar nul procent.

Aanbevelingen

VEBON-NOVB beveelt naar aanleiding van de resultaten aan om meer tussentijdse aandacht te hebben voor het gebruiksklaar zijn van kleine blusmiddelen. Met een blusmiddel dat gebruiksklaar is, kan een beginnende brand effectief worden bestreden. Ook de aandacht voor brandveiligheid in het algemeen mag toenemen met de nadruk op het rendement van de inzet van kleine blusmiddelen.
Te laat uitvoeren van onderhoud brengt risico’s met zich mee. Reden om ondernemers erop te blijven wijzen, dat zij zich bewust moeten zijn van het feit dat hun eigen doelstelling op dit vlak anders is dan die van de overheid. Het (on)bewust nemen van risico’s op het gebied van brandveiligheid kan enorme gevolgen hebben voor de bedrijfscontinuïteit.

Conclusie VEBON-NOVB

Volgens VEBON-NOVB vertegenwoordigen kleine blusmiddelen een belangrijke en wellicht onderschatte waarde voor de brandveiligheid in ondernemingen. Dit onderzoek laat zien dat ondernemers zelf kunnen voorkomen dat een beginnende brand zich verder ontwikkelt en de schade sterk beperkt kan worden gehouden. Inzet van blusklare blusmiddelen is hierbij essentieel. Het loont om te investeren in kleine blusmiddelen, in het onderhoud ervan door een vakbekwaam persoon en in het opleiden van personeel om ermee om te kunnen gaan.

funny-pictures-676672_1280-1Geringe investering, groot effect

Eric Bosscher, branchemanager Brand bij VEBON-NOVB, is al acht jaar betrokken bij het onderzoek. ‘Onderhoud en Inzet Kleine Blusmiddelen’. Hij is de aangewezen persoon om de recente resultaten te bespreken, de trends te duiden, en deze waar mogelijk te kwantificeren. Bosscher zegt: ‘Er is na acht jaar onderzoek moeilijk een rode draad te herkennen. Toch zijn er twee opvallende zaken die in elke editie terugkeren. Allereerst toont het onderzoek jaar na jaar het belang van draagbare blussers aan, omdat het apparaten zijn die men gemakkelijk pakt en waarmee men zeer effectief kan zijn. Een tweede constante is dat mensen zelf in staat zijn een beginnende brand te blussen met deze blussers’.

Rol BHV

In dat licht is het interessant om in de aanbevelingen van het rapport te lezen dat ‘(…) er aandacht moet zijn voor het zichtbaar en bereikbaar zijn van kleine blusmiddelen (…). Kennelijk is dit niet vanzelfsprekend. Aan Bosscher dan ook de vraag wie dit zou moeten oppakken en of hierbij een rol is weggelegd voor de bedrijfshulpverlening? “In principe is het de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar en de gebouwgebruiker”, stelt hij. ‘Maar de daadwerkelijke gebruiker zou in elk geval moeten weten waar de blusmiddelen zich bevinden en ervoor moeten zorgen dat deze onderhouden en gebruiksklaar zijn. Het is dus niet de verantwoordelijkheid van de BHV’er in de diepste zin van het woord, maar hij zou wel de werkgever kunnen/moeten aanspreken op diens verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid’.
Onderdeel van die verantwoordelijkheid is het opleiden van personeel voor het omgaan met de kleine blusmiddelen, staat in het rapport. Beperk dat niet tot de bedrijfshulpverleners, aldus Bosscher. In zijn optiek zou het voor iedereen – zowel in de werkomgeving als privé – nuttig zijn om ermee te oefenen, zodat een blusser effectief kan worden gebruikt. Bosscher: “Het lijkt heel simpel, maar in geval van brand sta je wel onder stress. Het kan daarom geen kwaad te oefenen. Want hoe gerichter je een blusser kunt gebruiken, hoe effectiever je kunt zijn.”

Schadebeperking in euro’s

Daarmee komt Bosscher tot de kern van het rapport, namelijk dat kleine blusmiddelen een belangrijke en wellicht onderschatte waarde vertegenwoordigen voor de brandveiligheid in ondernemingen en dat het loont om erin te investeren. Is dit in euro’s uit te drukken? Volgens Bosscher is dat lastig, maar aan de hand van een voorbeeld schetst hij waarmee een ondernemer te maken kan krijgen. “We hebben aan een verzekeraar gevraagd welk schadebedrag er met een kleine brand gemoeid is? Het blijkt dat je al snel praat over tien- tot vijftienduizend euro. Als je dat brandje uitmaakt met een blusser, voorkom je dat het een grote brand wordt. Vraag je diezelfde verzekeraar over welk schadebedrag je bij een grote brand praat, dan zit je al snel op een ton. Ook al hebben verzekeraars geen statistieken van wat kleine blusmiddelen nu in euro’s bijdragen aan schadebeperking, een dergelijk indicatief voorbeeld zegt genoeg. Bedenk daarbij dat een brand ook vaak gevolgschade kent, doordat de bedrijfscontinuïteit in het geding komt. Iets waartegen de meeste ondernemers niet zijn verzekerd. Dan wordt duidelijk dat je met een relatief kleine investering van een paar tientjes in een blusser heel effectief kunt zijn. Daarvan zijn veel ondernemers zich niet bewust.”

Uitdaging

Niet vreemd om van Bosscher te horen dat volgens VEBON-NOVB daar de belangrijkste uitdaging voor de komende jaren ligt. ‘Wij focussen op kennisverspreiding en bewustwording als het gaat om brandveiligheid en brandveiligheidsmiddelen, primair bij het bedrijfsleven. Brand is nog altijd een ‘low interest’ onderwerp bij ondernemers, de ‘awareness’ is onvoldoende. Er komen echter steeds minder wettelijke voorschriften. Dus dienen ondernemers zich te realiseren dat ze zelf meer verantwoordelijkheden hebben op dit terrein en dat ze aan de slag moeten’. (AdK).

Het volledige onderzoeksrapport ‘Onderhoud en Inzet Kleine Blusmiddelen’ is te downloaden op: www.vebon-novb.nl/documenten

Wilt u zelf blusmiddelen aanschaffen, klik dan hier

Bron: NIBHV Veiligheid nr 67