Hoe warm mag het zijn op de werkvloer?
De zomer is in aantocht en dat merken we ook op de werkvloer. Maar hoe zit het eigenlijk met de regels rondom temperatuur op het werk? Wanneer is het te koud, wanneer te warm, en wat moet je werkgever dan regelen?
We zetten het voor je op een rij volgens de Nederlandse én Belgische richtlijnen.
Temperatuur op de werkplek: wat zegt de Arbowet?
In Nederland zijn geen vaste minimum- of maximumtemperaturen op de werkvloer vastgelegd in de wet. Toch is er wel degelijk regelgeving van toepassing. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) zijn werkgevers verplicht om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving. Dat betekent onder meer dat werknemers beschermd moeten worden tegen extreme hitte of kou. Er zijn geen harde grenzen, maar er bestaan wel richtlijnen die voortkomen uit de wet en de onderliggende Arbeidsomstandighedenregeling. Deze richtlijnen worden ook gehanteerd door vakbonden en inspectiediensten zoals de Inspectie SZW. In deze tekst wordt uitgelegd wat in Nederland en België geldt en welke maatregelen werkgevers kunnen treffen.
Minimale temperatuur op de werkplek (Nederland)
Voor binnenwerk is geen minimumtemperatuur wettelijk vastgelegd. Toch geldt dat bij lage temperaturen maatregelen nodig zijn om de gezondheid van werknemers te beschermen. Bij zittend werk wordt een temperatuur van minstens 15 graden Celsius aanbevolen. Wanneer het gaat om lichamelijk zwaarder werk, waarbij het lichaam zelf meer warmte produceert, kan een lagere temperatuur van rond de 12 graden Celsius nog acceptabel zijn. Dit is wel afhankelijk van de duur van het werk en de kleding die gedragen wordt.
Als werknemers worden blootgesteld aan lage temperaturen, zijn werkgevers verplicht om bijvoorbeeld warme kleding beschikbaar te stellen, het werk te laten afwisselen met opwarmmomenten in een verwarmde ruimte, of extra pauzes in te lassen waarin de werknemer zich kan opwarmen. Ook het beperken van de werktijd in koude omgevingen behoort tot de mogelijkheden. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de temperatuur zelf, maar ook naar de luchtvochtigheid, de luchtstroming en de mate van lichamelijke inspanning die het werk vergt.
Voor buitenwerk, zoals in de bouw of in de agrarische sector, wordt meestal een ondergrens gehanteerd van 0 tot 5 graden Celsius, afhankelijk van de windkracht en luchtvochtigheid. Bij temperaturen onder de 5 graden in combinatie met wind en vocht wordt het risico op onderkoeling of bevriezing aanzienlijk. In die gevallen moet de werkgever extra maatregelen nemen, zoals het beschikbaar stellen van beschermende kleding, het verkorten van de blootstellingstijd en het inplannen van opwarmmomenten.
Maximale temperatuur op de werkplek (Nederland)
Net zoals voor koude geldt er voor warmte geen wettelijk maximum. Toch is ook hier de werkgever verantwoordelijk voor het voorkomen van gezondheidsschade. Bij temperaturen boven de 25 graden Celsius kunnen klachten ontstaan zoals concentratieverlies, vermoeidheid, hoofdpijn en in ernstigere gevallen hittestress of een hitteberoerte. Daarom wordt aangeraden om bij oplopende temperaturen maatregelen te treffen, zelfs als er geen concrete grenswaarden bestaan.
De Inspectie SZW en vakbonden zoals FNV hanteren richtlijnen die handvatten geven:
Tot 26 graden Celsius geldt de situatie als acceptabel. Tussen 26 en 30 graden is sprake van verhoogd risico op hittestress. Bij temperaturen boven de 30 graden is het belangrijk dat er maatregelen worden genomen. De gevoels- of effectieve temperatuur is daarbij belangrijker dan de gemeten luchttemperatuur, omdat factoren zoals luchtvochtigheid, luchtsnelheid en directe zoninstraling hier invloed op hebben.
Voorbeelden van maatregelen bij hitte zijn:
- Het aanpassen van werktijden, zoals eerder beginnen en stoppen
- Het inzetten van ventilatie of airconditioning
- Het beperken van fysieke inspanning tijdens het heetste deel van de dag
- Het inlassen van extra pauzes op koele plekken
- Het beschikbaar stellen van koel drinkwater
- Het aanpassen van kledingvoorschriften (bijvoorbeeld het toelaten van lichtere kleding indien mogelijk)
- Het aanpassen van werklocaties waar mogelijk naar koelere ruimtes
| Temperatuur | Risico | Aanbevolen actie |
|---|---|---|
| Tot 26°C | Acceptabel | Geen actie vereist |
| 26–30°C | Hittestress mogelijk | Extra pauzes, koeling, lichtere kleding |
| Boven 30°C | Gezondheidsrisico | Verplichte maatregelen (rooster, ventilatie) |
Juridisch kader en verantwoordelijkheid werkgever
De Arbowet verplicht de werkgever tot het nemen van maatregelen bij risico’s die de gezondheid van werknemers kunnen schaden. Artikel 6.1 van de Arbeidsomstandighedenregeling stelt dat de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade aan de gezondheid mag veroorzaken. Als dat risico er wel is, moet de werkgever passende maatregelen nemen. Het enkele feit dat er geen wettelijke minimum- of maximumtemperatuur bestaat, ontslaat de werkgever dus niet van zijn zorgplicht.
Werkgevers dienen een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) op te stellen waarin ook aandacht wordt besteed aan temperatuurgerelateerde risico’s. Op basis hiervan moet een plan van aanpak worden opgesteld met concrete maatregelen. Dit document moet actueel zijn en afgestemd op de specifieke omstandigheden binnen het bedrijf, zoals het type werk, de locatie, de werkduur en de samenstelling van het personeel.
België: WBGT-index en striktere normen
In België zijn de regels concreter vastgelegd in de Codex over het welzijn op het werk. De maximale temperatuur die toegestaan is, hangt af van de fysieke belasting van het werk en wordt uitgedrukt in de WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature). Deze index houdt rekening met meerdere factoren tegelijk, waaronder luchttemperatuur, luchtvochtigheid, stralingswarmte en luchtbeweging.
De maximaal toelaatbare WBGT-temperaturen per type werkbelasting zijn als volgt:
| Werkbelasting | Voorbeeld | Max. WBGT-temp |
|---|---|---|
| Zeer licht | Zittend kantoorwerk | 29,5°C |
| Licht | Staand werk (winkel) | 26°C |
| Matig | Lopen, tillen | 22°C |
| Zwaar | Fysiek zwaar werk | 18°C |
| Zeer zwaar | Bouw of intensief werk | 15°C |
Wanneer de WBGT-grenswaarde wordt overschreden, is de werkgever verplicht om maatregelen te nemen. Deze kunnen bestaan uit werkonderbrekingen, extra pauzes, het verlagen van het werktempo, het verschaffen van koel drinkwater, het aanpassen van de werklocatie of het voorzien van schaduw en ventilatie.
Ook voor lage temperaturen zijn in België richtwaarden opgenomen. Voor zittend werk geldt een minimumtemperatuur van 18 graden, voor staand of bewegend werk 16 graden, en voor zwaar werk 12 graden. Bij temperaturen onder de 5 graden Celsius in de buitenlucht is extra bescherming verplicht, zoals warme kledij, aangepaste werkplanning en toegang tot verwarmde schuilplaatsen of pauzeruimtes.
Vergelijking tussen Nederland en België
Hoewel beide landen het welzijn van werknemers centraal stellen, verschilt de aanpak. Nederland hanteert algemene normen en richtlijnen die ruimte laten voor interpretatie. België daarentegen werkt met dwingende grenswaarden en objectieve meetmethoden zoals de WBGT-index. Dit betekent dat werkgevers in België sneller verplicht zijn om actie te ondernemen.
Toch ligt ook in Nederland de nadruk op het voorkomen van schade en het treffen van redelijke maatregelen. Werkgevers die niets doen bij extreme temperaturen kunnen worden aangesproken op hun zorgplicht. De Inspectie SZW kan waarschuwingen of boetes opleggen als blijkt dat werknemers worden blootgesteld aan onveilige temperaturen zonder passende maatregelen.
Werkgevers dienen een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) op te stellen waarin ook aandacht wordt besteed aan temperatuurgerelateerde risico’s. Op basis hiervan moet een plan van aanpak worden opgesteld met concrete maatregelen. Dit document moet actueel zijn en afgestemd op de specifieke omstandigheden binnen het bedrijf, zoals het type werk, de locatie, de werkduur en de samenstelling van het personeel.
Belang van communicatie en voorbereiding
Zowel in Nederland als België is het belangrijk dat werkgevers en werknemers samen alert zijn op temperatuurgerelateerde risico’s. Door tijdig maatregelen te nemen kunnen klachten en gezondheidsproblemen worden voorkomen. Denk aan het aanpassen van de roosters bij warm weer, het voorzien van extra pauzes bij koude omstandigheden, en het aanbieden van kleding, ventilatie of schaduw waar nodig.
Voorlichting speelt hierin een grote rol. Werknemers moeten weten wat de signalen van hittestress of onderkoeling zijn, hoe zij daarop kunnen reageren en wat zij mogen verwachten van hun werkgever. Het opstellen van een hitteplan of koubeleid kan daarbij helpen.
Bij seizoensgebonden werk of sectoren met wisselende omstandigheden, zoals de bouw, de logistiek of de zorg, is het essentieel om flexibel te kunnen schakelen. Goede planning, duidelijke protocollen en heldere communicatie zijn daarbij cruciaal.
Wel gelden er richtlijnen. Voor zittend werk wordt minimaal 15°C aanbevolen. Voor zwaar lichamelijk werk mag het iets kouder zijn, rond de 12°C. Aan de warme kant geldt: tot 26°C is acceptabel, tussen 26–30°C geldt een verhoogd risico op hittestress, en boven 30°C moeten maatregelen worden genomen.
Ja. Volgens de Arbowet moet een werkgever zorgen voor een gezonde en veilige werkplek. Bij hitte moet de weIkgever maatregelen nemen, zoals extra pauzes, ventilatie, of het aanpassen van de werktijden. Dit geldt ook als de temperatuur de 30°C niet overschrijdt, zolang de situatie een risico vormt.
Enkele voorbeelden zijn: werktijden aanpassen (vroeg beginnen), ventilatie of airco inzetten, drinkwater beschikbaar stellen, lichtere kleding toestaan, werkdruk verlagen en extra pauzes inlassen in koele ruimtes.
Dan moet de werkgever zorgen voor extra bescherming. Denk aan warme werkkleding, een afgebakende werktijd of toegang tot verwarmde schuilplekken of pauzeruimtes. Voor binnenwerk zijn er ook richtlijnen. Bijvoorbeeld minimaal 15°C bij zittend werk.
België werkt met vaste grenswaarden volgens de WBGT-index. Bijvoorbeeld maximaal 26°C bij licht werk en 18°C bij zwaar werk. In Nederland zijn het richtlijnen zonder juridische grenswaarden, maar de zorgplicht blijft hetzelfde: de werkgever moet maatregelen treffen als er een risico is.
Ja. Werkgevers zijn verplicht om alle risico’s op de werkplek in kaart te brengen in de Risico-Inventarisatie en -EvaluMtie (RI&E), inclusief temperatuurgerelateerde risico’s. Op basis hiervan moet een plan van aanpak worden opgesteld.
Neem contact met ons op voor advies of een vrijblijvende check. Samen zorgen we voor een veilige werkomgeving in elke temperatuur.
